Insuline is het hormoon dat betrokken is bij het reguleren van je bloedsuikerspiegel. Naast deze belangrijke taak is insuline overigens ook betrokken bij vetopslag en herstel van weefsels.
Niet voor niets is insulineresistentie een van de redenen waarom gewichtverlies onmogelijk lijkt. Gaat afvallen moeizaam bij jou? Lees dan zeker verder!

Na de maaltijd worden koolhydraten opgeknipt in losse glucosemoleculen. Zodra deze glucosemoleculen de bloedbaan betreden stijgt de bloedsuikerspiegel. Omdat zowel een te hoge als ook een te lage bloedsuikerspiegel schadelijk is voor je lichaam, houden vier hormonen tezamen de bloedsuikerspiegel in balans.

  • Insuline kan de bloedsuikerspiegel verlagen als deze te hoog wordt.
  • In geval van nood kunnen cortisol, (nor)adrenaline en glucagon helpen de bloedsuikerspiegel juist verhogen. Dit doen zij door opgeslagen glucose weer vrij te maken of wanneer dit nog niet genoeg is, kunnen zij ook vetten en eiwitten uit weefsels zoals haar, huid, nagels en spierweefsel afbreken en omzetten in glucose.
Insuline

Zodra de bloedsuikerspiegel stijgt maakt de alvleesklier insuline aan. Insuline klikt vervolgens op de celwand in de insulinereceptor, waardoor glucose de cel in kan en de bloedsuikerspiegel daalt.

Een receptor kun je zien als een slot voor een specifiek hormoon. Alleen het hormoon met de juiste sleutel kan het deurtje openen. 
Insuline in de insulinereceptor zorgt ervoor dat er een soort butler naar de celwand komt om de glucosemoleculen binnen te laten.

Glucose is de belangrijkste vorm brandstof voor je cel. Het is daarom dus belangrijk dat er altijd voldoende brandstof de cel in kan.

Insulineresistentie

Laten we nog even teruggaan naar de butler.

Elke keer dat insuline op de bel drukt, komt de butler naar de deur om glucose binnen te laten. Wanneer jij de hele dag door koolhydraten snackt, of relatief veel koolhydraten op een dag eet, dan kun je je voorstellen dat de butler het druk heeft. Er wordt vaak op de bel gedrukt, en er is veel aanbod aan pakjes glucose, waardoor de hal van de cel al snel vol ligt met pakjes. Soms zo erg dat de butler erover gaat struikelen. Dit is vaak het moment dat de butler de bel van insuline eruit trekt. Hehe, even rust en tijd om alle pakjes glucose te verwerken. Glucose kan zolang door insuline worden afgegeven bij de vetcellen, waar altijd plek is. 

Het verminderd aantal insulinereceptoren noemen we insuline resistentie. 

Om de bloedsuikerspiegel toch snel genoeg te kunnen verlagen gaat de alvleesklier ter compensatie steeds meer insuline aanmaken, waardoor grotere schommelingen in de bloedsuikerspiegel ontstaan. Dit schommelen van verlagen en ophogen van je bloedsuikerspiegel vreet energie, waardoor jij je vermoeid voelt. Bovendien lokken deze schommelingen ontstekingen uit, waardoor je extra moe wordt en weer extra glucose nodig hebt. Een vicieuze cirkel dus.


Dit kan een tijdje “goed” gaan, tot het moment waarop de alvleesklier het niet meer bij kan benen. Dat is het moment waarop de bloedsuikerspiegel permanent te hoog blijft, omdat er niet meer voldoende insuline beschikbaar is om de glucose bij de cellen af te geven. Dit kun je merken doordat je bijvoorbeeld veel moeten plassen, veel dorst hebt, verminderd zicht ervaart, vermoeid bent of je sneller geïrriteerd bent. Deze situatie noemen we Diabetes Type 2 en is een vergevorderd stadium van insulineresistentie. Artsen grijpen hier vaak in met medicatie en extra toevoeging van insuline.


Relatie schildklier & insulineresistentie

Die butler die steeds naar de deur loopt als insuline aanbelt heet GLUT4 (die naam mag je vergeten hoor). Maar GLUT4 heeft T3 nodig om in actie te komen. Met een vertraagde schildklierwerking of verminderde omzetting van T4 naar T3, dan is de kans aanwezig dat de butler minder snel naar de deur zal rennen, wat hetzelfde effect heeft als insulineresistentie. De alvleesklier zal extra insuline aanmaken om te compenseren, tot het moment dat dat niet langer lukt…

Het is juist voor ons dus extra belangrijk om insulineresistentie te verminderen of te voorkomen. En dat kan o.a. door:

  • Minder vaak eten (niet de hele dag door snacken en koolhydraten eten of drinken.)
  • Minder vaak koolhydraten eten. Meer groenten, eiwitten en vetten. (Minderen niet schrappen of minimaliseren. Glucose is immers je belangrijkste brandstof)
  • Op nuchtere maag gaan bewegen.
  • Langere periodes vasten. Start eens met na het avondeten niets meer te eten tot aan het ontbijt. Lukt dat?

Door de overdadige aanvoer van glucose aan banden te leggen kun je al veel leed voorkomen. Daarnaast kun je met aanpassing van voeding en leefstijl je insulineresistentie in korte tijd omkeren. Hierdoor krijgen jouw cellen weer brandstof, hou jij energie over en kan het koppige gewicht eindelijk dalen….


Meten = meer weten

Met de bloedtest HOMA IR van het bedrijf Bloedwaardentest.nl worden jouw waarden voor insuline en glucose gemeten en met elkaar uitgedrukt in een HOMA-index getal.

HOMA-Index

  • kleiner dan <= 1.0 normaal
  • groter dan > 2.0 is een indicatie voor een insuline resistentie
  • groter dan > 2.5 insuline resistentie heel waarschijnlijk
  • groter dan > 5.0 bij type-2 diabetici

Je wil deze uitslag dus onder de 2 hebben en bij voorkeur onder de 1. Deze test is een simpele maar ideale graadmeter om te testen hoe het er bij jou voor staat. Echt een aanrader!


LET OP: ALTIJD 12 UUR NUCHTER ZIJN VOORDAT JE DEZE TEST DOET!

Aan de slag

Het verminderen van insulineresistentie maakt een vast onderdeel uit zowel het Hashimoto Herstelplan, als ook de groepsprogramma’s  Grip op Gewicht  en Eindelijk Energieen natuurlijk ook de zelfstandig te volgen e-cursus Afvallen met Hashimoto