Veel mensen kunnen zonder dit duidelijk te merken reageren op bepaalde voedingsmiddelen. Die reacties kunnen zich uiten in spijsverterings- en darmproblemen, maar ook in huidklachten en problemen met de luchtwegen. Bij deze reacties kan er sprake zijn van een allergische reactie, een intolerantie of een ander soort gevoeligheid. Deze termen worden vaak met elkaar verward en door elkaar gehaald. Het is goed om het onderscheid duidelijk te hebben:

  • bij een voedselintolerantie heeft iemand last van een enzymtekort, waardoor het lichaam bepaalde etenswaren niet kan verteren;
  • bij een voedselallergie of -gevoeligheid reageert het immuunsysteem met de aanmaak van antistoffen.

Voedselintoleranties

Bij een voedselintolerantie is er sprake van een spijsverteringsprobleem. Er is een tekort aan enzymen die helpen bij de vertering van het voedingsmiddel, waardoor klachten ontstaan. De bekendste voedselintolerantie is lactose-intolerantie. Het enzym lactase mist, waardoor lactose niet goed verteerd wordt. Door de fermentatie van lactose door de darmbacteriën ontstaan de welbekende klachten als buikpijn, diarree en winderigheid.

Een andere veelvoorkomende intolerantie is fructose intolerantie, waarbij mensen door een erfelijke afwijking de stofjes missen om fructose om te zetten in een suikervorm die goed opgenomen kan worden. Fructose intolerantie komt ook in minder ernstige vorm voor waarbij fructose door mensen met een prikkelbare darm niet goed verteerd en opgenomen kan worden. Een derde bekende vorm is histamine-intolerantie, waarbij mensen histamine die in voeding zit niet goed kunnen afbreken en daar klachten van krijgen, zoals jeuk, hartkloppingen, verstopte neus of slapeloosheid.

Voedselallergie

Bij een voedselallergie reageert het immuunsysteem op bepaalde eiwitten in voedingsmiddelen, allergenen genoemd. We kunnen onderscheid maken tussen een type I allergische reactie, waarbij er vrijwel direct een reactie optreedt met behulp van IgE antistoffen en een type III reactie, waarbij een vertraagde reactie van het immuunsysteem optreedt met behulp van IgG antistoffen.

Type I allergische reactie:

Bij een type I reactie ontstaat er, zoals gezegd, vrijwel direct na het eten van een bepaald allergeen klachten. Hierbij wordt een bepaald type antistof aangemaakt, te weten de IgE antistoffen.

Als iemand met bijvoorbeeld een pinda-allergie het pinda-eiwit binnenkrijgt dan volgt er een afweerreactie van het immuunsysteem. Het lichaam maakt IgE-antistoffen aan, die zich binden aan het pinda-eiwit. Dit cluster wordt aangeboden aan de mastcellen van het immuunsysteem, waardoor histamine vrijkomt. Histamine zorgt vervolgens voor de allergische klachten. Deze klachten kunnen op verschillende plaatsen opduiken. Bijvoorbeeld via de huid (roodheid, bulten, jeuk of eczeem), via de ogen (jeuk of tranen), via de luchtwegen (verstopte neus, niezen, benauwdheid of piepende ademhaling) of via het maag-darmkanaal (misselijkheid, buikpijn, diarree of overgeven). In sommige gevallen is een allergische reactie levensbedreigend.

Meestal treedt een allergische reactie op voedsel snel op, tussen enkele minuten tot een of twee uur na het eten van het voedingsmiddel. Bekende voedselallergenen die een allergische reactie kunnen veroorzaken zijn pinda’s, granen, zuivel, tomaat, selderij, schaaldieren, garnalen, mosterd en ei. Met een bloedtest naar deze IgE antistoffen kan worden gekeken voor welke voedingsmiddelen iemand allergisch is.

Type III allergische reactie

De vertraagde allergische reactie op voedselallergenen wordt naast type III voedselallergie ook wel voedselintolerantie IgG of vertraagde voedingsallergie genoemd. Bij deze reactie worden IgG antistoffen aangemakt.

Bij een IgG-gemedieerde reactie worden door nog niet volledig opgehelderde oorzaken IgG-antistoffen tegen voedingseiwitten aangemaakt. Waarschijnlijk speelt een lekkende darm hierin een belangrijke rol. Als daarnaast het immuunsysteem zijn tolerantie voor deze eiwitten is kwijtgeraakt – oftewel: overactief is – ontstaat er daarbovenop ook een ontstekingsreactie met andere immuuncellen en ontstekingsstofjes. Dit betekent dus dat als je immuunsysteem tolerant/tot rust gekomen is, je wel antistoffen kunt hebben, zonder dat er ontstekingsreacties volgen.

Een IgG reactie komt (veel) later op gang dan een allergische reactie. Het kan 2-72 uur op zich laten wachten. Hierdoor is het vaak lastig om erachter te komen op welk allergeen iemand reageerde. Met een eliminatiedieet is het mogelijk om dit toch heel nauwkeurig helder te krijgen.

 

Kruisreacties

Naast het onderscheid tussen intoleranties en allergische reacties is er nog een vorm van reactie belangrijk om te noemen, namelijk de kruisreacties (of: molecular mimicry).

In verschillende voedingsmiddelen komen soms vergelijkbare eiwitten voor, waardoor er kruisreacties kunnen optreden. De antistoffen kunnen het onderscheid niet goed maken tussen de antigenen van twee verschillende voedingsstoffen, waardoor beiden worden aangepakt. Zo kan iemand bijvoorbeeld allergisch zijn voor pinda’s, maar ook een reactie krijgen op het eten van sojabonen, groene erwten of linzen.

Ditzelfde fenomeen kan ook optreden tussen voedingsstoffen en lichaamseigen weefsels. Een voorbeeld van mogelijke kruisreacties bij patiënten met de ziekte van Hashimoto is de combinatie van het eiwit gliadine in gluten, het eiwit caseïne in zuivel en de lichaamseigen structuren thyreoperoxidase (TPO) en thyreoglobuline (TG) in de schildklier. Bij patiënten met de ziekte van Hashimoto met verhoogde waarden voor anti-TPO en anti-TG is er een grotere kans op gevoeligheid voor gluten en zuivelproducten en andersom. Over dit onderwerp en ook over de verschillende reacties op gluten en zuivel lees je meer in artikelen die ik hier eerder over schreef.

Testen van voedselovergevoeligheden

Op dit moment is het nog niet altijd mogelijk om via een voedselintolerantietest te achterhalen of er sprake is van voedselovergevoeligheden. IgE testen geven een relatief nauwkeurig beeld, maar voor de type III allergische reacties is dit zeker nog niet het geval. Lang niet alle verschillende IgG antistoffen zijn ontdekt of opgenomen in deze testen. En ook wil de aanwezigheid van verhoogde IgG antistoffen nog niet zeggen of het immuunsysteem er ook echt een ontstekingsreactie op laat ontwikkelen (het kan bijvoorbeeld weer tolerant zijn geworden). Daarnaast zijn IgE en IgG niet de enige routes waarop het immuunsysteem ergens op kan reageren. Neem bijvoorbeeld de kruisreacties. Het uitvoeren van een eliminatiedieet is daarom de meest betrouwbare manier om voedselovergevoeligheden te ontdekken.

Op basis van mijn specialistische opleidingen op dit gebied en mijn jarenlange ervaring met begeleiding van patiënten bij dit dieet, heb ik mijn eigen methode ontwikkeld; het Hashimoto Eliminatiedieet®

Deze methode richt zich op de vijf voedingsmiddelen die bij mensen met Hashimoto het vaakst voor problemen zorgen: gluten, zuivel, soja, alcohol, toegevoegde suikers. Deze methode is daardoor niet alleen relaxter in uitvoering, maar ook effectiever. 

Met mijn nieuwste boek Het Hashimoto Eliminatiedieet haal jij deze methode in huis en kun je op relaxte wijze dit Eliminatiedieet correct uitvoeren. Je bestelt dit boek hier of via bol.com. Lees jij boeken liever met een e-reader? Dat kan vanaf nu ook! Je bestelt jouw e-book hier bol.com. 

 

Misschien vind je dit ook interessant…

Voeding als medicijn – Suiker

Voeding als medicijn – Suiker

Bij de diagnose trage schildklier krijg je vaak niet veel informatie van je arts(en), behalve uitleg over de medicatie die je dagelijks moet gaan slikken. Wanneer de bloedwaarden stabiliseren, maar klachten van vermoeidheid, brainfog, somberheid, gewichtstoename of...

Lees meer
Voeding als medicijn – Alcohol

Voeding als medicijn – Alcohol

Bij de diagnose trage schildklier krijg je vaak niet veel informatie van je arts(en), behalve uitleg over de medicatie die je dagelijks moet gaan slikken. Wanneer de bloedwaarden stabiliseren, maar klachten van vermoeidheid, brainfog, somberheid, gewichtstoename of...

Lees meer
Voeding als medicijn – Soja

Voeding als medicijn – Soja

Bij de diagnose trage schildklier krijg je vaak niet veel informatie van je arts(en), behalve uitleg over de medicatie die je dagelijks moet gaan slikken. Wanneer de bloedwaarden stabiliseren, maar klachten van vermoeidheid, brainfog, somberheid, gewichtstoename of...

Lees meer